logo

Fanfare Wilhelmina Dussen

logodussen

Uitleg beoordeling concertwedstrijden KNFM

Intro

 

KONINKLIJKE NEDERLANDSE FEDERATIE VAN MUZIEKVERENIGINGEN- KNFM

Hoofdkantoor: Sw. de Landasstraat 83, 6814 DC ARNHEM, Tel.: 026-4451146 Fax : 026 – 4458698

 

 

 

 

Beoordeling concertwedstrijden

Secties:

 

Agenda

Concours resultaten

Kom eens langs

Dirigent

aninoot

Krantenknipsels/foto’s

Contact

*

*

De orkesten worden ingedeeld in de volgende orkesttypen of secties:

a.         HARMONIE:

Hieronder wordt verstaan een orkest, bestaande uit zowel houten als kope­ren blaasinstrumenten, alsmede slaginstrumenten en soms lage strijkinstrumenten (contrabas / cello) of harp.

De hoofdgroep van het orkest wordt gevormd door houten blaasinstrumenten, waarbij bet veelvuldig bezet zijn van het klarinetregister karakteristiek is.

b.         FANFARE:

Hieronder wordt verstaan een orkest, bestaande uit koperen blaasinstrumenten, saxofoons, alsmede slaginstrumenten en (zelden) één of meer contrabassen. De hoofdgroep van het orkest wordt gevormd door koperen blaasinstrumenten waarbij het meervoudig bezet zijn van het bugelregister karakteristiek is.

c.         BRASSBAND:

Hieronder wordt verstaan een orkest, bestaande uit uitsluitend koperen blaasinstrumenten, alsmede slaginstrumenten waarbij het meervoudig bezet zijn van het cornetregister karakteristiek is.

Divisies:

Elke sectie is onderverdeeld in de volgende divisies:

            a.         introductie - divisie;

            b.         5e divisie  (voorheen 3e en 2e afdeling)

            c.         4e divisie  (voorheen 1e afdeling)

            d.         3e divisie  (voorheen afd. uitmuntendheid)

e.                   2e divisie  (voorheen ere afdeling)

f.                   1e divisie  (voorheen vaandel -Superieure afd.)

 

Jurybeoordelingen en beoordelingsrubrieken

1.         Van ieder concoursoptreden wordt door elk jurylid een verslag ge­maakt. Minimaal twee juryleden dienen hun verslag in schriftelijke vorm op te stellen op een daarvoor bestemd formulier. Een derde jurylid kan desgewenst een verslag inspreken op een opnameapparaat.

2.         In het verslag van het te beoordelen onderdeel I zal door de juryleden specifiek ingegaan worden op de rubrieken en details van de uitvoering. Bij het oordeel over zowel onderdeel 2a en 2b zal de jury zich in de regel meer beperken tot de hoofdzaken.

3.         Naast het oordeel in de vorm van bovengenoemd verslag worden per jurylid twee waarderingen in punten gegeven, behalve in de introductiedivisie (zie punt 6)

a.        Het te beoordelen onderdeel I (het werk uit het klein repertorium) wordt vervolgens het zogenaamde tien-rubrieken- systeem gewaardeerd, met een maximum van tien punten per rubriek, het betreft volgende rubrieken:

1.         intonatie;

2.         klankvorming;

3.         klankbalans;

4.         techniek;

5.         articulatie;

6.         ritmiek;

7.         samenspel;

8.         dynamiek;

9.         nuancering;

10.       muzikale uitvoering;

b.        Het te beoordelen onderdeel 2a (het werk uit het nieuw groot repertorium) en het niet verplichte onderdeel 2b (het geheel vrij te kiezen repertoiregedeelte) worden gezamenlijk gewaardeerd met één totaalwaardering per jurylid van maximaal 100 punten. Hierbij wordt ook de programmakeuze in beschouwing genomen. Indien een orkest geen gebruik maakt van onderdeel 2b, geldt deze puntenwaardering alleen voor onderdeel 2a.

4.         Punten worden toegekend in hele of halve punten.

5.         Alle toegekende puntenwaarderingen van onderdeel 1 worden bij elkaar opgeteld, gedeeld door het aantal juryleden en bij de uitslag apart gemeld

Vervolgens worden de puntenwaarderingen van programmaonderdeel 2 bij elkaar opgeteld,

gedeeld door het aantal juryleden en eveneens apart vermeld.

Tenslotte worden de resultaten van onderdeel 1 en 2 opgeteld en gedeeld door 2.

De uitkomst is het aan bet orkest toe te kennen puntenaantal. Dit totaal kan maximaal 100 punten zijn.

6.         Een orkest dat deelneemt in de introductiedivisie ontvangt van de jury schriftelijk of ingesproken verslagen,  maar geen waardering in punten, maar een bindend advies met vermelding van de (hoogste) divisie waarin het orkest bij een volgend concours mag deelnemen.

Puntenwaardering, promotie, degradatie

1.            De puntenwaardering leidt niet tot toekenning van prijzen.

2.         Een orkest dat 90 punten of meer behaalt krijgt door de jury het predikaat “met onderscheiding” toegekend.

3.         Een orkest promoveert indien het 85 of meer punten behaalt. Vanaf bet volgende kalenderjaar mag het één divisie hoger aan een concertconcours deelnemen.

4.         Vanuit de 1e divisie is geen promotie mogelijk binnen bet kader van dit reglement. Wel blijft de mogelijkheid bestaan in de zogeheten concertdivisie (voorheen concertafdeling) uit te komen, nadat een orkest in de 1e divisie drie opeenvolgende keren tenminste 90 punten heeft behaald met inachtneming van artikel 10.5 van bet nieuwe reglement.

(Zie hoofdstuk V van het oude reglement.)

5.                  Een orkest degradeert indien het minder dan 70 punten behaalt. Vanaf het volgende kalenderjaar is het verplicht bij concoursdeelname één divisie lager uit te komen.

(Zie ook artikel 11.5 en 11.7 van bet nieuwe reglement.)

 

donderdag 1 december 2005